31 januari 2020

 

Dorpskerk Durgerdam, 31 januari 2010

Voorganger: ds Pieter Lootsma

Voordracht: Nico ter Linden

Organist: Chris Helfensteijn

Harpiste: Esther Kooi

gebed

Bijna onnaspeurbaar doet u mee in onze levens,

zo dun soms en ongrijpbaar,

dat wij nauwelijks kunnen vermoeden

wie of wat u bent

of zijn wilt.

Het mag dan ook geen wonder heten dat

wij aan u voorbij leven

en u nauwelijks nog lijken te kennen.

Bijna onnaspeurbaar doet u mee in onze levens,

ook in ons samenleven met elkaar.

Bovendien u bent daar niet alleen:

letterlijk talloze machten, krachten,

opvattingen en invalshoeken

dingen naar onze hand

en het mag dan ook geen wonder heten

dat wij zo licht geneigd zijn met onze blik

van u weg te dwalen

en ons heil elders te zoeken dan bij u.

Bijna onnaspeurbaar doet u mee in onze levens,

zowel in onze eigen kleine wereld

als in de grote wereld

van de krant en het journaal.

Wat moeten wij ons bij u voorstellen?

Wie van ons kan werkelijk nog geloven

dat u in die grote wereld een factor van betekenis bent?

En toch, zo geloven wij,

schuilt juist in dat geloof

de enige mogelijkheid

ons eigen leven, maar ook deze hele wereld

ooit dankbaar aan u terug te kunnen geven.

Daarom bidden wij u:

Heer, ontferm u over ons!

inleiding op de schriftlezingen

Dit is vanmorgen de eerste van een hele serie diensten waarin op de één of andere manier muziek centraal zal staan. Iedere laatste zondag in de maand zal er in de dienst alle ruimte worden gegeven aan heel verschillende muzikale uitingen. Vandaag luisteren we naar een aantal verhalen waarin een harp een rol speelt. En die harp is er dan ook! Wij verheugen ons erop naar de wonderbaarlijke klanken van jouw instrument te zullen luisteren. Maar in de komende maanden zal hier ook de jeugdafdeling van de Waterlandse Harmonie staan, er komt een blokfluitorkest van de muziekschool in Amsterdam Noord, Jeroen Zijlstra zal van zich laten horen. Hij hoort thuis in het rijtje van Durgerdammers die hier in de loop van het komende jaar zullen staan. Want wij mogen ook Femke de Graaf, Lywke Zwetsloot en verschillende anderen hier verwelkomen.

Vanmorgen de eerste keer. Daarom staan wij stil bij de vraag waartoe muziek dient. Dat klinkt als een wat onzinnige vraag en dat is het misschien ook wel, maar ik wil hem toch stellen. In de Bijbel staat geen letter toevallig. En als de schrijvers of vertellers van die oude verhalen een muzikant van stal halen, dan hebben zij daar een bedoeling mee, dan willen zij ons daarmee iets duidelijk maken. In mijn preek zal ik een poging doen te achterhalen wat dat zou kunnen zijn.

We zullen luisteren naar een tweetal verhalen waarin muziek een rol speelt. Misschien is het goed als ik de twee verhalen kort bij u introduceer. Het eerste is het verhaal waarin de kleine David speelt voor de somber en cynisch geworden koning Saul. Het zal bij velen van u bekend zijn. Voor het tweede zal dat niet gelden. Het vertelt hoe een hele samenleving in de rouw raakt omdat deze vermoedt dat God zich van haar heeft teruggetrokken. Dan gaat de koning naar de profeet Elisa, om raad. Deze is terughoudend. Totdat er muziek klinkt, ook weer van een harp. Op dat moment scharniert het verhaal.

overweging

Van de week kwam ik weer met een van ‘mijn’ gespreksgroepen bij elkaar. Deze groep leest een aantal zo genaamde ‘wonderverhalen’ uit het Nieuwe Testament, verhalen waarin Jezus iemand op ‘wonderbare wijze’ geneest. Nu het seizoen intussen aardig op streek is gekomen, begint de groep een zekere gevoel te ontwikkelen voor waar deze verhalen werkelijk over gaan. Binnen de kortste keren ontstaat er een levendig gesprek over wat de schrijvers ervan voor ogen zouden kunnen hebben gehad. Over hoe deze verhalen telkens weer vertellen, steeds in andere woorden en nieuwe beelden, dat wij uitgenodigd worden om wat ons verlamt, klein houdt, angst aanjaagt, blind of doof maakt voor de rijke schoonheid van de schepping, om dat allemaal achter ons te laten en ons in plaats daarvan aan het volle leven toe te vertrouwen. Zij vertellen over hoe wij onszelf mogen worden. In eigenlijk al die verhalen is Jezus erop uit mensen terug te geven aan zichzelf, aan wie zij eigenlijk, in wezen zijn.

Ik zal nu niet het hele verhaal dat wij van de week in die groep hebben gelezen hier opnieuw uit de doeken te doen. Dat voert te ver en bovendien hebben hier al twee verhalen geklonken die eerder in aanmerking komen om aandacht te krijgen. Bovendien is het zo dat het verhaal van van de week nogal rijmt op de verhalen die wij vanmorgen hoorden. Allemaal volgen ze eenzelfde lijn en behandelen ze een in elk geval verwant thema. Toch kan ik er niet omheen om íets over het verhaal te vertellen dat ik met die groep las.

Jezus bevrijdt in dat verhaal iemand van boze geesten die hem in zijn greep hebben. Toen wij ons afvroegen wat daarmee bedoeld zou kunnen zijn, met die ‘boze geesten’, en of wij dat zouden kunnen herkennen, dachten wij aan waanideeen en waanvoorstellingen die door zijn hoofd spoken en die hij daar maar niet uit kan krijgen. Die gedachten en ideeen hebben hem in zijn greep. Zij bezitten hem. Hij is bezéten. Hij wórdt bezeten en is dus onvrij. Maar het zouden ook vooroordelen kunnen zijn, of ideeën of ideologieen die de werkelijkheid dusdanig vertekenen dat hij in een voortdurende kramp leeft. Of een godsdienst die hem verhindert om tot wasdom en bloei te komen.

Hoe het ook zij, Jezus nadert, benadert de man ‘van de overkant’, zo wordt verteld. Hij vertegenwoordigt een andere wereld, hij spreekt een andere taal. En het vertrouwen waarmee hij die andere wereld en die andere taal aanbiedt, werkt genezend.

Kort daarop vertrekt Jezus in de richting van een naburige stad. De inwoners van de stad is intussen ter ore gekomen wat hij bij de onvrije, bezeten man bewerkstelligd heeft. Zo snel als hun benen hen kunnen dragen, rennen zij op Jezus toe om duidelijk te maken dat hij in hun stad alles behalve welkom is. Voor hem is geen plaats in hun herberg.

Op het eerste gehoor is dat toch opmerkelijk, althans dat vonden wij. Want als er over iemand verteld wordt dat jou béter kan maken, dan lijkt er alle reden te zijn om hem welkom te heten. Of in elk geval standby te houden. Maar het omgekeerde is dus het geval. Hij moet weg en graag een beetje snel ook. Want zij zien hem als een bedreiging.

Hoe moeten we ons dat voorstellen? Welke bedreiging schuilt er voor een samenleving in iemand die een enkeling van zijn wanen weet te bevrijden? Het zou weleens kunnen zijn (die groep van van de week kwam op die gedachte) dat de mensen in de stad bang zijn dat ook hun ideeen over hoe de wereld in elkaar zit tegen het licht gehouden zullen worden. Dat hun voorstelling van zaken zou worden ontmaskerd of doorgeprikt. En dat zou wel eens het einde van hun genoeglijk met elkaar samenleven kunnen betekenen.

Iedere samenleving, dat waren we snel eens, is erop uit zichzelf in stand te houden. Dat wil zeggen dat zij er op gericht is het bestaan van degenen die het voor het zeggen hebben te beschermen. Wie tornen aan de openbare orde moeten zich óf aanpassen óf zij worden weggewerkt en uitgestoten.

En het is heel wel denkbaar dat de inwoners van de stad Jezus daarom verzoeken hun gebied te verlaten. Kennelijk hebben zij er geen zin in na te denken over de vraag of wat zij als wáár en vanzelfsprekend ervaren ook werkelijk wáár en vanzelfsprekend is. Maar je krijgt de indruk dat zij wel ergens een vermoeden hebben dat er iets niet helemaal in de haak is. Waarom zouden zij anders zo beslist zijn in hun verzoek aan Jezus?

Zij hebben trouwens groot gelijk als ze er blijk van geven bang te zijn deze vragen aan de orde te stellen. Alleen al daarom, omdat niet te voorzien is welk offer het antwoord die vragen van hen vergt. Want dát het een offer vragen zal, daaraan twijfelt niemand. Diep in hun hart weten zij drommelsgoed dat werkelijke vrede en heil (om maar eens een fraai, ouderwets woord te gebruiken) alleen dán tot stand gebracht kunnen worden wanneer zij  bereid zijn hun voorstelling van zaken, hun ideeen en opvattingen en vanzelfsprekendheden waar nodig door te prikken en te ontmaskeren. Met andere woorden: dat zij de angst om te veranderen zullen kunnen laten varen.

Terwijl wij zo zaten te praten en steeds meer het gevoel kregen dat de tekst tot leven begon te komen, zei iemand uit de groep opeens: ‘Maar waarom zouden wij dat eigenlijk willen? Waarom zouden wij onze opvattingen, meningen, vooroordelen, ideologieen überhaupt tegen het licht houden? Ze bevallen ons toch? Wij hebben het toch goed met elkaar?’

De opmerking kwam zomaar uit de lucht kwam vallen en iedereen was er beduusd van. De vraagstelster had gelijk! Waarom houden wij ons eigenlijk bezig met de vragen die zo’n Bijbelverhaal op ons bordje legt? Wat kan het ons schelen dat wij de werkelijkheid door een gekleurde bril zien? Of dat ons zicht beperkt is? Het gaat er toch om dat we het samen plezierig hebben?

In het gesprek dat volgde, kwamen we er op uit dat ons leven zich afspeelt tussen, aan de éne kant, onze worteling in hoe het is, met alle beperkingen en tekortkomingen die daarmee gepaard gaan. En aan de ándere kant ons verlangen naar hoe het óók zou kunnen zijn, de werkelijkheid van onze dromen en fantasieen, ons gelóven in de mogelijkheid van een betere wereld. Ergens daar tussen in bevinden wij ons. En hoewel iedereen in de groep het er over eens was dat het navolgen van de vrijheid van Jezus te hoog gegrepen is, toch beleefden wij het als wezenlijk dat de door hem geleefde vrijheid knaagt aan ook de vanzelfsprekendheid van onze status quo. Het heeft zin om voortdurend met jezelf en met de samenleving waarvan je deel uitmaakt in gesprek te blijven. Daarin zat voor de leden van die groep de betekenis van deze verhalen, dat zij zo nadrukkelijk uitnodigen tot precies dát gesprek.

Ik was nog niet thuis van die avond waarop dit alles ter sprake kwam of ik hoorde op de radio een gesprek over enkele punten uit het PVV verkiezingsprogramma. Een in het oog springend punt was dat zo genaamde ‘linkse hobbies als kunst en cultuur’ niet langer gesubsidieerd zouden moeten worden. De verschillende geinterviewden buitelden over elkaar heen van verontwaardiging. Terwijl ik, intussen in bed, lag te luisteren, moest ik denken aan waar het die avond bij mij over was gegaan. Ik zag een verband. Natuurlijk mogen wij ons ook wanneer het over kunst en cultuur gaat de vraag stellen waarom daar in godsnaam zoveel geld naartoe gaat. Die vraag is verwant aan de vraag die in mijn groep aan de orde kwam. Maar niet alleen de vraag is verwant. Ook het antwoord is dat.

Jezus nodigt uit om de vanzelfsprekendheid van wat ons in zijn greep heeft achter ons te laten. Om op die manier ruimte te vinden, een weg naar een open toekomst. En in feite doet kunst en dus ook muziek precies datzelfde. Zij  verleiden ons. Zij houden ons een spiegel voor waarin te zien is hoe lachwekkend wij zijn, hoe deerniswekkend, hoe wonderlijk rijk begenadigd ook! Alsof de kunst en de muziek ons toeroept: ‘kom op! Treed uit je schulp en laat je noden tot de onbekommerde dans die ‘Leven’ heet (Leven met een hoofdletter, wel te verstaan)! We zouden kunnen zeggen dat Jezus ons in de kunst, en dus ook in de muziek, tegemoet treedt.

En daarmee ben ik dan toch eindelijk aangekomen bij de verhalen die hier zoëven klonken. Het heeft even geduurd, maar nu is het zover. En ik waarschuw u maar meteen: ik ga er maar een enkele regel aan wijden, aan dat verhaal van David, die harp speelt voor Saul en aan het verhaal van Elisa die zich laat troosten door datzelfde instrument.

Het enige dat ik erover wil zeggen is dat de muziek in beide verhalen de hoofdrolspelers weg haalt uit respectievelijk de gevangenis van bittere wrok en woede, en het isolement van gelatenheid en cynisme. Niet alleen een mens, maar ook een samenleving die dergelijke muziek niet meer kan horen of laat klinken, blijft in een kringetje ronddraaien. Zij moet er in blijven investeren want anders draait zij uiteindelijk dol. Zij zal volkomen vastlopen en verstikken. Waar het visioen ontbreekt, verwilder(s)t (!) het volk.

Maar iedereen die muziek kan horen, weet zijn fantasie, dromen en verlangens aangesproken. Hij laat zich lonken door het visioen van een nieuwe wereld. Alsof God zelf hem tegemoet komt en hem vraagt om op te staan en vrij te worden. Van de overkant. Om ons opnieuw geboren te doen worden!

Amen