27 november 2016

Dorpskerk Durgerdam      Zondag 27 november 2016

 

voorganger: ds Pieter Lootsma

organist/pianist: Chris Helfensteijn

m.m.v. de Cantorij o.l.v. Chris Helfensteijn

 

In deze dienst zal het huwelijk worden ingezegend van Cornelia (Conny) Hooreman en Albertus Wilhelmus Maria (Bert) Schoot

 

Ebrahim el Hadidy zal in deze dienst vertellen over zijn zilververzameling. Als een uit Egypte afkomstige moslim raakte hij geboeid door met name de geschiedenis van de joden in het christelijke Europa. Zijn verzameling is voor een belangrijk deel rond dit thema opgebouwd.

 

liturgie

welkom

zingen  NLB 276: 1 en 2

votum  NLB 194

Cantorij Kyrie van W.A. Mozart

inzegening van het huwelijk van Cornelia Hooreman en Albertus Wilhelmus Maria Schoot

-     inleiding

-     beloften

-     zegen

zingen  NLB 913: 1, 2 en 3 (Cantorij: vers 2)   -staande gezongen-

gesprek met Ebrahim el Hadidy

Cantorij O magnum mysterium van T.L. de Victoria 

schriftlezing en overweging

stilte

zingen  NLB 670   Cantorij; gezamenlijk vers 1; Cantorij; gezamenlijk vers 3;

Cantorij; gezamenlijk vers 7; Cantorij  

gebed  Onze Vader

collectes 1. Dorpskerk Durgerdam

2. Stichting Kerk en Buurt (Amsterdam Noord)

zingen  NLB 415: 1 en 2  -staande gezongen-

zegen

zingen  NLB 415: 3

 

inleiding op het huwelijk van Conny Hooreman en Bert Schoot

Intussen alweer een aantal maanden geleden vroegen jullie mij of het mogelijk zou zijn om in deze dienst een zegen over jullie verbintenis te krijgen. Jullie zouden op 18 november trouwen in het stadhuis van Den Bosch maar je zou samen zo graag meteen daarna naar de kerk willen komen om een zegen over je huwelijk te ontvangen. En hier zitten jullie dan. Just married.

 

Bert, jij komt uit het Brabant en je bent van huis uit katholiek. Zoals je met Den Bosch verweven bent, zo ben je met de katholieke traditie verweven. Al ben je op enig moment vragen gaan stellen bij de manier waarop de kerk zich manifesteert, je bent trouw gebleven aan wat ik maar even de ‘katholieke spiritualiteit’ noem. Zo speelde en speelt Maria een grote rol in je leven. Het gebed tot haar heeft je op belangrijke momenten uitkomst geboden. Het moet voor jou een hele stap zijn om de omgeving waar je altijd gewoond hebt en die de sfeer ademt waarin jij gedijt, waar je kinderen wonen en waar je zoveel herinneringen hebt liggen achter je te laten. Dat is de prijs die je betaalt voor de liefde. Je bent je ervan bewust dat er veel tegenover staat.

 

Jij Conny, bent hier in Durgerdam veel dichter bij huis. Niet alleen speelt jouw leven zich in Amsterdam af, jij bent geworteld in de protestantse traditie. Die heeft eigenlijk altijd een soms meer of soms minder vanzelfsprekende rol gespeeld in het bewogen leven dat jij hebt geleid. Ik geloof dat het jouw zoon Mike is geweest die jou de weg naar Durgerdam heeft gewezen. Hier herkende je iets dat je verloren dacht te zijn. En sindsdien kom jij, komen jullie samen hier zo nu en dan naar toe. Hoewel het karakter van de diensten toch heel anders moet zijn dan met name jij, Bert, van huis uit gewend bent, vind ook jij, Bert, het prettig om hier te zijn. Vandaar dat jullie hier graag die zegen over je verbintenis zou willen ontvangen.

 

Jullie kennen elkaar al jaren omdat je elkaar tijdens je vakanties met je vorige partners op Mallorca geregeld tegen bent gekomen. En toen je op enig moment besloot daar dan nu maar alleen naar toe te gaan, bleek je er tegelijkertijd te zijn. Zo raakten jullie in gesprek. Met alle gevolgen van dien. Jullie besluit om samen verder is in zekere zin moedig. Niet alleen omdat je beiden intussen wat ouder bent en een heel eigen leven had opgebouwd dat je in elk geval ten dele moet opgeven, maar ook omdat er vragen zijn over je gezondheid waar je niet omheen kunt. Het zal niet voor niets zijn dat jullie nadat je de zegen over je huwelijk hebt ontvangen het oude lied ‘Wat de toekomst brenge moge’ wilden zingen. Uit dat lied spreekt een groot vertrouwen. En dat herkennen jullie. Je vertelde mij daarover, over hoe je ervoor kiest om ‘kome wat komt’ deze nieuwe weg in te slaan.

 

beloftes

Albertus Wilhelmus Maria Schoot,

beloof jij je vrouw lief te hebben,

haar te eren en bij te staan

en haar trouw te blijven

in goede en kwade dagen,

in rijkdom en armoede,

in ziekte en gezondheid,

tot de dood jullie scheidt?

Wat is daarop je antwoord?

 

Cornelia Hooreman,

beloof jij je man lief te hebben,

hem te eren en bij te staan

en hem trouw te blijven

in goede en kwade dagen,

in rijkdom en armoede,

in ziekte en gezondheid,

tot de dood jullie scheidt?

Wat is daarop je antwoord?

 

zegen

De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u.

 

schriftlezing en overweging

Jouw voornaam is Ebrahim, Abraham. Het ligt wat mij betreft dan ook voor de hand dat ik vanmorgen iets over die grote gestalte vertel. En dat dan niet alleen omdat hij in het jodendom, het christendom en in de islam de ’vader van alle gelovigen’ wordt genoemd. In alle drie die godsdiensten wordt Abraham begrepen als degene die ons laat zien hoe dat eruitziet als wij de ‘stille stem in ’t hart’ ernstig nemen en ons daardoor laten gezeggen. Als wij de weg inslaan waartoe wij ons dan uitgenodigd weten. Als wij het avontuur aangaan en alle voor de hand liggende kaders achter ons laten en met een niet herleidbaar vertrouwen onze horizon blijven verleggen. Het is niet alleen daarom dat het wat mij betreft voor de hand ligt om vanmorgen iets over Abraham te zeggen. Wat mij met name trof, is hoe jij met het verhaal van jouw leven laat zien waar het Abraham om was begonnen. Jij hebt, om hetzelfde anders te zeggen, jouw naam waargemaakt. Jij bent een weg gegaan die doet denken aan de personage naar wie jouw ouders je hebben genoemd.

 

Het verhaal van Abraham vertelt hoe wij ons, als wij goed naar onszelf luisteren, uitgenodigd zullen weten om niet angstvallig te blijven hangen in wat bekend is en veilig lijkt maar hoe wij ons mogen toevertrouwen aan wat er over de grens van het voor de hand liggende te ontdekken valt. In die aanvankelijk misschien vreemde werkelijkheid wacht ons een wereld aan mogelijkheden. Aan nieuwe ervaringen en inzichten. Aan onvermoede aspecten van het leven met onszelf en met de mensen om ons heen. Wat onverbiddelijke grenzen leken te zijn, blijken kinderlijk lage drempeltjes te zijn. Werelden die onverenigbaar schenen, vertonen een verwantschap waarvan wij niet hadden kunnen dromen.

 

Jouw verhaal vertelt hierover. Jij bent met jouw leven een bijna argeloze getuige van waar het hier om gaat. Jij zult dan ook de eerste zijn om te erkennen dat één van de aspecten van het verhaal van Abraham het besef van een voortdurend vreemdelingschap is. Wie het zichzelf toestaat zich werkelijk te gaan verwonderen omdat hij niets voor lief neemt maar keer op keer een volgende stap zet en nieuwe vergezichten in zich opneemt, blijft een reiziger die zich altijd te gast zal blijven voelen.

 

Daarover zou ik vanmorgen graag een paar dingen willen zeggen, over dat te gast zijn, over het durende vreemdelingschap in het leven dat wij leiden.

 

Ik begin met het voorlezen van een aantal verzen uit het verhaal van Abraham. Abraham was zich ervan bewust hoezeer hij vast zat in structuren, in ideeën en opvattingen en in een sociale en godsdienstige praktijk die hem beklemde. ‘Zo kom ik niet tot mijn recht’, wist hij. ‘Ik ben meer dan wat ik leef.’ Hij besloot zich vrij te maken en zijn horizon te verleggen.

 

Genesis 12: 4 Abram ging uit Charan weg, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij was toen vijfenzeventig jaar. Hij nam zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer, en ook alle bezittingen die ze hadden verworven en de slaven en slavinnen die ze in Charan hadden verkregen. Zo gingen ze op weg naar Kanaän. ... 7 Maar de HEER verscheen aan Abram en zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’ Toen bouwde Abram op die plaats een altaar voor de HEER, die aan hem verschenen was. 8 Daarvandaan trok hij naar het bergland dat oostelijk van Betel ligt, en ergens ten oosten van Betel en ten westen van Ai sloeg hij zijn tent op. Hij bouwde er weer een altaar voor de HEER en riep er zijn naam aan. 9 Steeds verder reisde Abram, in de richting van waar hij van droomde.

 

Niet alleen de vertellers en schrijvers van de Bijbelverhalen maar ook degenen die die verhalen door de eeuwen heen hebben doorverteld, leefden met dat al genoemde besef een vreemdeling te zijn. En dat besef heeft twee lagen. In de eerste plaats dróómden zij van een werkelijkheid waar alles anders zal zijn. Daar komen wij tot ons recht, daar vallen wij samen met wie en wat wij werkelijk zijn. Dáár zijn wij thuis, eindelijk thuis. In dit land hier zijn wij voorbijgangers. Wij zijn onderweg naar een land aan de overkant van deze woestijn.

 

De tweede laag van het besef een vreemdeling te zijn komt voort uit het inzicht dat wij hier met elkaar voortdurend een spel spelen. Wij hebben ons laten conditioneren en wij doen gehoorzaam alles wat er van ons wordt verwacht. Wij verschansen ons in het beeld dat wij van onszelf hebben geschapen, wij schuilen achter onze zogenaamde meningen, onze status en vult u het verder zelf maar in. Maar zijn wij wel wie wij zeggen te zijn? Ben ik wel wat ik doe? Of huist er diep in mij iemand anders, iemand die veel meer op mij lijkt dan wat er aan de buitenkant van mij te zien is?

 

Wie dit herkent en wie zichzelf af en toe dergelijke vragen stelt, zal ook weten hoe bedreigend zij kunnen zijn. Wie de moed vindt meer van zichzelf te laten zien, zou de relatie met die wereld die hem zo dierbaar is weleens op het spel kunnen zetten - omdat hij als buitenbeentje, als een vreemdeling of als een dwaas weggezet zal worden.

 

In het verhaal van Abraham wordt het leven van ons mensen ervaren als een reis, als een zoektocht naar wie wij eigenlijk zijn én naar waar wij uiteindelijk thuis zijn. Maar de reiziger bereikt zijn bestemming nooit. Iedere keer als hij zijn tent heeft opgeslagen omdat hij denkt ‘er’ te zijn, dient zich een volgend vergezicht aan, een nieuwe horizon. Dan pakt hij zijn boeltje weer bij elkaar en trekt hij verder. In een niet aflatend vertrouwen. Dat besef altijd weer vreemdeling te zijn, steeds opnieuw te gast te zijn in een telkens veranderend landschap, maakt ontvankelijk. Het helpt Abraham zich te blijven verwonderen.

 

Jouw naam is Abraham en in de manier waarop jij je leven hebt geleefd, heb jij die naam meer dan waar gemaakt. Als geen ander heb jij grenzen overschreden, létterlijk door de manier waarop jij je land hebt verlaten en je hier je weg zoekt, en figuurlijk omdat je op zoek bent gegaan naar wat er schuil gaat in wat voorheen een taboe was. Jij hebt je de grenzen van de vijandschap tussen godsdiensten geslecht en je hebt op die manier helemaal nieuwe werelddelen op de kaart gezet.

 

Datzelfde geldt overigens, zij het op een heel andere manier, voor jullie beiden, ons bruidspaar van vanmorgen. Ook jullie staan in de traditie van Abraham. Met het vertrouwen waarmee jullie bergruggen over zijn getrokken en je wat bezwaren zouden kunnen worden genoemd achter hebt gelaten, zijn ook jullie in zijn voetsporen gaan staan.

 

De afgelopen paar dagen heb ik mij, bij de voorbereiding van deze dienst, afgevraagd of een dergelijk vertrouwen niet ook te maken heeft met wat wij liefde noemen. Ik kwam daarop omdat in de gesprekken met jullie alle drie het woord liefde viel. Júllie vertelden hoeveel liefde jullie ervaren als je samen bent. En jij, Ebrahim, vertelde hoe jij van mensen houdt. Jouw verzameling is daar de stille getuige van.

 

Luisterend naar jullie verhalen ben ik gaan denken dat het, inderdaad, de liefde ons kan aanzetten om onze grenzen te verleggen en een nieuw territoir te betreden. Dat kan de liefde voor één andere mens zijn maar het kan ook de liefde zijn voor het leven in het algemeen zijn die je daartoe aanzet. Het is immers denkbaar dat je het leven als een dusdanig groot geschenk beschouwt, als iets dat, wanneer je het tegen het licht houdt, maakt dat je hart zich opent en begint te zingen, als iets dat je in zijn volle omvang wilt omarmen.

 

Daarom besluit ik vanmorgen met een fragment uit de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs waarin het gaat over de liefde.

 

1 Corinthe 13: 4 De liefde is lankmoedig en zij is goedertieren. … 8 Profetieën zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. Maar wat blijft is: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.

Amen