28 augustus 2016

 

voorganger: ds Pieter Lootsma

organist/pianist: Chris Helfensteijn

 

liturgie

welkom

zingen                                  NLB 207: 1, 3 en 4

votum                                  Durgerdams Liedboek 9

gebed

zingen                                  NLB 834: 1 en 3                

schriftlezing

zingen                                  NLB 276: 1 en 2

overweging

muziek

gebed - stil gebed - Onze Vader (gezongen)

collectes                              1. voor de Dorpskerk Durgerdam

                                          2. voor de Stichting Exodus

zingen                                  NLB 418: 1, 2 en 4

zegen

 

gebed

Is dát niet waar het ons aan ontbreekt,

aan de moed om ons toe te vertrouwen aan

aan wat ons van oudsher is voorgezegd en voorgezongen,

dat wij ons bij u geborgen mogen weten;

wat ons aan zegen tegemoet komt,

het komt van u.

 

Maar zo gemakkelijk gaan wij daaraan voorbij

of lopen wij ervoor weg.

Wij leven ons leven

en vervolgen wij onze weg

in schampere eigendunk.

 

Wij doen, ieder van ons, op een eigen manier

zo dapper ons best om overeind te blijven

en om iets voor te stellen,

om iemand te zijn.

 

Maar het kan zomaar gebeuren

dat het angstige vermoeden zich aan ons opdringt

dat wij onszelf een rad voor ogen draaien en

dat wij ons op dun ijs hebben begeven,

en dat de bodem onder onze voeten los zand is

dat bij de eerste de beste golf weg zou kunnen spoelen.

Of dat wij nog nét, met de toppen van onze vingers,

hangen boven de afgrond van vergeefsheid en vergetelheid

 

Het antwoord op al onze vragen

Is even broos als evident.

 

Vanmorgen zoeken wij naar een nieuw vertrouwen

en vooral naar nieuwe openheid,

naar ontvankelijkheid

voor verwondering

en voor het besef

dat wij niet alleen zijn,

dat wij deel uitmaken

van een werkelijkheid die wat wij zien en ervaren

verre overstijgt.

Dat wij van harte in zullen stemmen

met het lied dat al zovelen vóór ons zongen.

Amen

 

schriftlezing

Marcus 1: 21 En zij kwamen te Kafarnaüm en terstond op de sabbat ging Hij naar de synagoge en leerde. 22 En zij stonden versteld over zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de schriftgeleerden. 23 En terstond was er in hun synagoge een mens met een onreine geest en hij schreeuwde luid, 24 zeggende: Wat hebt Gij met ons te maken, Jezus van Nazaret? Zijt Gij gekomen om ons te verdelgen? Ik weet wel, wie Gij zijt: de heilige Gods. 25 En Jezus bestrafte hem [zeggende]: Zwijg stil en ga uit van hem. 26 En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging onder groot geschreeuw van hem uit. 27 En allen werden zeer verbaasd, zodat zij elkander vroegen, zeggende: Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag! Ook de onreine geesten geeft Hij bevelen en zij gehoorzamen Hem! 28 En het gerucht van Hem drong terstond overal door in de gehele omgeving van Galilea. ... 35 En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar. 36 Maar Simon en die met hem waren, gingen Hem achterna, 37 en zij vonden Hem en zeiden tot Hem: Allen zoeken U. 38 En Hij zeide tot hen: Laten wij elders heengaan, naar de naburige plaatsen, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan. 39 En Hij ging prediken in hun synagogen in geheel Galilea, en de boze geesten dreef Hij uit.

 

overweging

Ik las u een fragment voor uit het lange, eerste hoofdstuk van het evangelie naar Marcus waarin al meteen wordt verteld hoe Jezus op zoek is naar een evenwicht tussen zijn publieke en zijn innerlijke leven. Marcus vertelt nadrukkelijk hoe Jezus zich, nadat op diverse plaatsen gepreekt had en mensen had genezen, terugtrekt op een eenzame plaats om daar te bidden. Blijkbaar dient zich hier een conflict aan. En dat Marcus begint met het uiteenleggen daarvan en daar aandacht voor vraagt, doet vermoeden dat hij het bewaren van dat evenwicht als een fundament beschouwt voor een, laat ik zeggen, ontspannen en vrij leven.

In het gedeelte van dit hoofdstuk dat wij lazen, treedt Jezus  op verschillende manieren in verbinding met zijn omgeving. Maar op enig moment trekt hij zich daar ook uit terug. Hij ontvlucht de hectiek, blijkbaar om te voorkomen dat hij zichzelf verliest. Zijn omgeving krijgt vat op hem en de stem van die omgeving vermengt zich met de andere stemmen die in zijn binnenste klinken. Welke stem verdient het om te worden gehoord? Waar moet hij naar luisteren? Wat is nu waarheid? En welke van die stemmen is waarachtig? Jezus gaat zich vragen stellen: Wie is hij eigenlijk en uiteindelijk? Hij moet zich afzonderen om zijn ware zelf te hervinden.

 

Over hectiek gesproken. Ook omdat ik niet zoveel anders belangwekkends te doen had, heb ik de conventies van zowel de Republikeinse als van de Democratische partij in de Verenigde Staten gevolgd. Dat begon ermee dat ik mij verbaasde over de toon die aangeslagen werd op de conventie van de Republikeinse partij. Ik kon mij nauwelijks voorstellen dat er mensen zijn die zich daardoor laten verleiden en meevoeren. Daarom ben ik toen alles wat ik kon vinden, veelal op YouTube, gaan bekijken en beluisteren. Een paar weken later heb ik hetzelfde gedaan bij de Democratische conventie.

 

Er vielen mij een paar dingen op. In de eerste plaats dat wat wij hier lezen en te zien krijgen een nogal atypische selectie is. Onze omroepbazen kiezen de meest extreme of bizarre fragmenten uit voor de journaals, allemaal inderdaad opmerkelijk maar zeker niet representatief. De werkelijkheid van beide conventies was belangrijk genuanceerder dan het beeld dat door onze media werd opgeroepen. Veel van wat er daar gezegd werd, was zo gek nog niet. Er zijn ook tal van toespraken te beluisteren waarin zoiets als visie doorklonk en waarin serieuze standpunten werden uiteengezet. Toch is het natuurlijk ook waar dat er alle ruimte geboden werd aan in elk geval in onze beleving holle retoriek en demagogische tendensen. Met name dat laatste riep bij mij de vraag op naar hoe dat ervaren wordt, hoe dat werkt en wat de gevolgen ervan zijn.

 

In mijn beleving is wat zich op die conventies afspeelde een uitvergroting van een volstrekt alledaagse en ook voor ons herkenbare dynamiek. Ik wil daar in een paar regels iets over zeggen.

 

Iedere spreker, ook ik, hier, vanmorgen op deze preekstoel, wil zijn gehoor raken. Een spreker hoopt, om zo te zeggen, binnen te komen bij zijn toehoorders. Wat gebeurt er vervolgens bij die toehoorders? Zijn stem (de stem van de spreker) vermengt zich bij die toehoorders met de andere stemmen die in hen klinken. Hij gaat meedoen met het gesprek dat de hoorder met zichzelf voert. Zo wordt hij, bedoeld of onbedoeld, deel van zijn gehoor. Hij gaat in hen zitten. Om dat te bereiken, zoekt een spreker zijn publiek vooral emotioneel te raken. Dat is de kortste weg naar binnen. Vervolgens hoopt hij dat wat hij zegt zal worden herkend. Als dat het geval is, als hem dat lukt, zal hij zijn gehoor voor zich weten te winnen. Het zal zich aan hem toevertrouwen. Misschien ademt het zelfs op: hier wordt iets gezegd, hier worden woorden gegeven aan wat wij al aanvoelden dat dat waar is! Déze man of vrouw is ons dus een stap vóór! Dat besef leidt ertoe dat wij bereid blijken te zijn hem of haar te volgen.

 

Nu gaan wij er natuurlijk van uit dat een spreker te goeder trouw is. Maar het kan zijn dat dat niet het geval is en dat hij erop uit is zijn gehoor voor zijn karretje te spannen. En als datzelfde gehoor dan niet oppast, zal het zich laten meevoeren in de richting die de spreker voor ogen heeft. Dan is er niet zozeer meer sprake van herkenning; de spreker maakt gebruik (of misbruik) van het gewekte vertrouwen. Voor een spreker is dat overigens ook een spannende aangelegenheid. Hij zal moeten balanceren: hij wil het vertrouwen dat hij heeft natuurlijk niet verspelen en zal dus een beetje in de buurt moeten blijven van wat zijn publiek kan herkennen en meemaken. Maar hij wil zijn publiek ook laten denken, doen of geloven dat hij hem helpt. Hoever kan hij gaan?

 

Want er kan een moment komen dat het publiek zich gaat afvragen wat er toch aan het gebeuren is: hoe heeft het zover kunnen komen dat wij ons hebben laten verleiden tot iets waarbij wij niet bij thuis zijn en waar wij ons niet mee willen identificeren? Van wie zijn die stemmen die er in ons spreken? Is die stem van mijzelf of spreekt er een boze geest in mij? Iemand die mij wil verleiden te worden tot wat en wie ik niet ben? Dat is de beangstigende ervaring jezelf te hebben verloren. Je realiseert je dat je vervreemd geraakt bent van wie en wat je eigenlijk bent en voorstaat. De stem van die verwarrende geest klinkt krachtiger in je dan je zou willen. Je dreigt meer die ander (die spreker aan wie jij je oor leende) te zijn geworden dan goed voor je is. Je hebt even niet voldoende opgelet. Van een autonoom individu glijd je af tot je een speelbal bent, een prooi van iemand die vooral eigen belangen blijkt te hebben en nastreeft. Je hebt jezelf uit handen gegeven.

 

Het zal duidelijk zijn dat het dan tijd wordt voor zoiets als een time-out en dat je je terug zult moeten trekken naar een eenzame plaats om daar te bidden. Die boze geesten die jou in hun greep dreigen te krijgen, moeten worden verdreven. Je moet ophouden te geloven wat ‘die ander’ je wil laten geloven en je eigen geloof hervinden. Is er wel zoveel reden om bang te zijn? Of boos? Wil ik wel dat dat de basis is waarop ik mij verbind? Herinner ik mij niet meer hoe ik mij thuis wist in verwondering en dankbaarheid? Was dat toen onnozel, was ik te argeloos, of schuilt daarin toch iets dat zo waardevol is dat ik dat opnieuw zou willen proeven en tegen het licht houden?

 

Ik zal u zeggen dat ik denk dat dit, dit uur en deze plaats, de gelegenheid is om niet alleen die vraag te stellen maar ook om ons erin te oefenen om dat te doen. Hier klinkt de uitnodiging om ons terug te trekken uit dat krachtenspel dat ons poogt te verleiden te worden tot wie en wat wij niet zijn. En om te bidden voor de mogelijkheid onszelf te hervinden.

 

Nog even. Het devies dat wij moeten leren ‘beter naar ons lichaam te luisteren’ zal ook uw pad hebben gekruist. Ik bedoel dat dan niet alleen in medische zin. Ook in de wereld van de spiritualiteit wordt dikwijls geroepen hoe belangrijk het is om wat er opklinkt uit de diepten van onze ziel ernstig te nemen. En dat moet het natuurlijk ook. Wij kunnen niet genoeg ons best doen onszelf werkelijk te gaan kennen en te begrijpen. Er is veel voor te zeggen om de weg naar binnen te gaan en aandacht te schenken aan wat zich daar aandient. Maar mijn ervaring is dat soms wel erg gemakkelijk wordt gedacht dat wij daarmee de waarheid boven tafel krijgen. Diep in ons valt helaas niet alleen waarachtigheid op te diepen. Diep in ons huizen ook de stem van een veeleisende moeder, van een in zijn ambities gefrustreerde vader, van een bange kerk of van een oude, eigen angst om niet te worden bemind en noem maar op. Ook allemaal boze geesten die ons belemmeren om vrij te worden, vrijmoedig en op de toekomst gericht.

 

Bidden is het voeren van het kritische gesprek tussen aan de ene kant dat wat zich vanbinnen aandient (ons gevoel, onze gedachten, onze intuïties en wat dies meer zij) en aan de andere kant dat wat de traditie ons wat dat betreft aanreikt. U en ik, wij hoeven het wiel niet uit te vinden. Zoals wat zich vanbinnen aandient een veelkleurig palet zal blijken te zijn, zo is die traditie dat ook. Wij kunnen leren om die stemmen in onze ziel uit te zuiveren, de goede en de boze geesten leren onderscheiden. Met dezelfde zorgvuldigheid kunnen wij luisteren naar wat de traditie ons voorhoudt. De traditie waarin wij staan bestaat uit noties die de Bijbel en de kerk ons doorgaf, uit kennis en wijsheid die generaties voor ons verworven hebben, maar ook uit inzichten die wij danken aan wetenschappen als bij voorbeeld de psychologie.

 

Wij zijn niet verloren en overgeleverd aan wat er aan toevallige meningen en opvattingen langs waait. We toetsen dat aan wat er woont in ons hart én aan wat van oudsher is doorverteld en overgeleverd. Ergens op het snijvlak van beiden kan zich iets openbaren dat wij ‘God’ noemen. We zullen er nooit precies een vingen op kunnen leggen maar het gaat hier om een weten, om een waarheid die groter is dan wijzelf zijn. Wijzelf zijn hier ten volle en met huid en haar betrokken - tegelijkertijd weten wij ons opgenomen in iets dat er was voordat wij er waren en dat er zal zijn als wij verkruimeld in de aarde zijn opgegaan.

 

Iedere keer dat ik dit tot mij laat doordringen, kom ik onder de indruk van de betrekkelijkheid van ons verstand. Mijn hoofd kan mijn hart niet overtuigen. Andersom kan wel. Mijn hoofd buigt mee voor de waarheid van mijn hart. Wij zijn wellicht geneigd ons denkvermogen op een voetstuk te zetten en ons intellect hoog te achten. Maar als het erop aankomt, ervaren wij de waarheid waarover ik sprak altijd opnieuw als van een hogere orde. Zij gaat, om het in de taal van de Bijbel te zeggen, ons verstand verre te boven.

 

Jezus trekt zich terug om te bidden. Daarmee geneest hij zichzelf van de vervreemding. Hij maakt tijd en zoekt te stilte om in al zijn uniciteit opnieuw aan het licht te komen. Én om er later, aan wie het maar horen wil, over te vertellen.

Amen

 

gebed

Weer worden als een kind

daartoe weten wij ons uitgenodigd

en dan gaat het niet om onwetende onnozelheid

maar om een ongefilterde ontvankelijkheid

voor wat er op ons afkomt,

om een niet gecorrumpeerde intuïtie,

om het vermogen ons oprecht te verwonderen

en om ons belangeloos en zonder dubbele agenda

te verbinden aan wie er op ons pad komt,

om onbevooroordeeld te kijken

naar wie iemand werkelijk is.

 

Wij bidden daarvoor

in het vertrouwen dat wij op die manier

ook u opnieuw zullen leren kennen,

u die in de stilte woont.