Nieuwsbrieven

September 2013

DE DIGITALE NIEUWSBRIEF UIT DE DORPSKERK IN DURGERDAM

september 2013 verschijnt onregelmatig

bij de diensten

In de vorige Nieuwsbrief viel te lezen dat in de dienst op 29 september het gerestaureerde schilderij van het ‘weesmeisje’ feestelijk zou worden onthuld. Maar omdat de restauratrice om wat extra tijd heeft gevraagd en omdat degenen die in die dienst iets over het schilderij zouden komen vertellen dan niet kunnen, is dit evenement verplaatst naar de dienst van 10 november. In die dienst zal de restauratrice van het schilderij, Lara van Wassenaer, iets over haar werk komen vertellen. Maar ook Marthe Wijngaarden die het kunsthistorisch onderzoek heeft verricht, zal aan het woord komen. Het is de bedoeling er een feestelijke ochtend van te maken. De Cantorij komt zingen. En op deze zondag ontvangt Durgerdam bovendien de kerkgangers uit Ransdorp/Holysloot.

Op zondagmorgen 27 oktober zullen wij, zoals wij dat intussen gewend zijn, degenen gedenken die wij in de loop van het dan afgelopen jaar aan de dood hebben moeten afstaan.

Over de vormgeving van de Kerstdiensten wordt intussen hard nagedacht. U krijgt u te zijner tijd nader bericht. In de loop van de maand december kunt u een volgende Nieuwsbrief tegemoet zien.

 

Allerheiligen

In Durgerdam worden degenen die in het afgelopen jaar zijn overleden herdacht op de zondag die het dichtst bij Allerheiligen (1 november) ligt, de dag waarop de ‘kerk van alle eeuwen’ dit gewoon is te doen. Terwijl de namen van ‘hen die ons zijn voorgegaan’ worden gelezen, worden er kaarsen aangestoken, één bij iedere naam. Daarna zingt, na een moment van stilte, de Cantorij. Onder dit gezang kan een ieder die dat wil naar voren komen en een kaars aansteken voor iemand die een prominente plaats in zijn of haar gedachten inneemt. Ieder jaar opnieuw blijkt het als een indrukwekkende maar vooral zinvolle ochtend te worden ervaren.

Dit jaar valt onze Allerheiligendienst op zondag 27 oktober. Vanzelfsprekend zullen de namen gelezen worden van diegenen die in en rond Durgerdam zijn overleden. De nabestaanden krijgen een paar weken vóór de dienst hierover een brief. Wanneer u het op prijs stelt dat er een naam gelezen wordt van iemand die u na aan het hart ligt maar die elders woonde, dan bent u uitgenodigd deze naam door te geven. Deze naam zal dan in de lijst namen worden opgenomen. En mocht u het plezierig vinden om hierover eerst eens van gedachten te wisselen, dan is ds Pieter Lootsma eenvoudig te bereiken via de telefoon (06 25080705) of de e-mail (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.).

 

Weesmeisje

De afgelopen maanden is de kerk opnieuw gestuukt en geschilderd. Bovendien is er een nieuwe keuken geplaatst en er is aan de inrichting het een en ander veranderd. Maar het meest in het oog springende zal het gerestaureerde schilderij zijn dat tussen de ramen aan de noordwand hangt. In Durgerdam werd jarenlang verondersteld dat het een portret is van een Durgerdams weesmeisje uit het vissersweeshuis dat vroeger in het dorp stond. Kunsthistorisch onderzoek heeft intussen uitgewezen dat dat verhaal niet klopt. Waarschijnlijk betreft het een dochter van welgestelde ouders uit Hoorn of omgeving. In de dienst op 10 november zal het hele verhaal worden verteld door Marthe Wijngaarden die het onderzoek verricht heeft. En behalve de inbreng van de Cantorij in deze dienst, kunnen we ook rekenen op een verslag van het restauratieproces dat ter hand genomen is door Lara van Wassenaer. In deze dienst hopen we de hernieuwde kerk op een feestelijke manier in te huldigen!

 

gespreksgroepen

Hoewel het intussen alweer bijna zover is en een enkeling zich al zorgen begon te maken, is het zondermeer de bedoeling dat de gespreksgroepen op de laatste maandagavond en dinsdagmorgen van de maand gewoon doorgaan. Omdat ikzelf op 30 september verhinderd ben, stel ik voor de maandagavondbijeenkomst van september te verplaatsen naar de 23-ste. De bijeenkomst op de dinsdag in september is op de 24-ste. Ook in maart is de maandagavondbijeenkomst niet op de laatste zondag gepland (31-ste) maar een week eerder. Op deze manier vallen beide bijeenkomsten alsnog in een week. De data voor het komend seizoen zijn dan:

 

maandag en dinsdag 23 en 24 september

maandag en dinsdag 28 en29 oktober

maandag en dinsdag 25 en 26 november

maandag en dinsdag 27 en 28 januari

maandag en dinsdag 24 en 25 februari

maandag en dinsdag 24 en 25 maart

 

Net als in het vorige seizoen zullen we iedere bijeenkomst de verbinding leggen tussen een kunstwerk en een Bijbelverhaal. De verschillende kunstwerken zijn weer gekozen uit zoveel mogelijk verschillende eeuwen. Ook zullen er zoveel mogelijk verschillende kunstvormen aan bod komen, van schilderkunst via muziek tot videokunst.

Intussen blijkt dat de meeste mensen die de vorige seizoenen meededen, dat ook nu weer zullen doen. Maar dat neemt niet weg dat er alle ruimte is voor nieuwe deelnemers. En mocht een groep te groot worden, dan wordt er een nieuwe groep gestart. U bent dus van harte uitgenodigd om u aan te melden! Deelnemers van vorig jaar hoeven zich niet opnieuw te melden. Zij krijgen, zoals zij dat gewend zijn, enkele dagen voorafgaand aan de bijeenkomst, het materiaal per e-mail toegezonden.

 

 

vaar ia

In de afgelopen maanden heb ik een tweetal crematies geleid in de helemaal opnieuw vormgegeven crematoria Ockenburg (Den Haag) en Wâldhôf (bij Drachten). De respectievelijke uitbaters, Yarden en Monuta, zijn, getuige de folders, trots op het resultaat. Nu wil ik niet flauw zijn en er is, toegegeven, inderdaad het een en ander verbeterd. Het is allemaal lichter geworden, opener en daardoor gastvrijer.

 

U zult die aula’s wel kennen. De kist met de overledene staat tegen een muur waar een gordijn voor hangt. Aan het einde van de bijeenkomst waarin afscheid van de overledene genomen is, gaat dit gordijn open. Er blijkt een opening achter te zitten waarin de kist plechtstatig verdwijnt. De rouwenden zitten of staan met hun gezicht naar die muur en zien hoe hun dierbare zich van hen verwijdert. Zodra de kist verdwenen is, valt het doek en kan het gezelschap zich naar de condoleanceruimte begeven.

 

Zo was het vróeger. Zowel Yarden als Monuta hebben blijkbaar besloten dat het anders moet. Zij hebben de inrichting van de zalen een kwartslag gedraaid zodat de bezoekers van de crematie door een grote glazen wand naar buiten kijken. We kijken nu naar het licht. Ik neem aan dat de architect ons de gedachte wil aanreiken dat het licht, ook op een dergelijk verdrietig moment, nooit helemaal verdwijnt. We blijven uitzicht houden, zoiets. De muur met het gordijn is intussen vlakgetrokken en zachtroze geschilderd.

 

De kinderen van de oude mevrouw wier crematie ik in Den Haag zou leiden, vroegen zich af hoe het einde van de dienst vormgegeven moest worden. ‘Wij kunnen onze moeder daar toch niet in die akelige ruimte laten staan? Wij laten haar niet door vreemden uitdragen terwijl wij in de ruimte er naast een glas wijn staan te drinken.’

 

Ik nam op mij het crematorium op te bellen en te informeren hoe gehoor gegeven kon worden aan de wens van de familie. Het antwoord was even kort als verbijsterend: ‘Daar zijn geen mogelijkheden voor. De kist moet blijven staan.’ ‘Maar mevrouw’, zei ik, ‘het is voor deze familie belangrijk dat zij hun trouw aan hun moeder zo lang mogelijk gestalte geven. Zij willen bij haar blijven tot het moment dat het niet anders kan dan dat zij haar los moeten laten. En op dat moment willen zij haar, om het maar zo te zeggen, uit handen geven.’ Maar de mevrouw aan de telefoon hield stand. De nieuwe indeling van de ruimte liet een dergelijke choreografie nu eenmaal niet toe en daarmee basta. ‘Maar is er dan geen enkele deur waardoor de kist naar buiten kan worden gedragen?’ Na lang aarzelen opperde zij dat de kist weggedragen zou kunnen worden door de dubbele deuren waardoor iedereen naar binnen was gekomen. Hij zou dan buitenom naar de verbrandingsoven kunnen worden gebracht. Zij was ernstig teleurgesteld toen ik liet weten dat mij dat geen goed idee leek. Ik zei dat ik graag zichtbaar wil maken hoe de overledene ons vóórgaat. Iedere dode gaat een weg die ook wij eens zullen moeten gaan. Nu nog niet, maar eens wel. En dat verbeelden wij door haar weg te dragen door een deur waar wij niet doorheen gaan. Nu nog niet tenminste, maar zonder twijfel zal eens ook onze beurt komen. Het moet dus absoluut een andere deur zijn dan de deur waardoor wijzelf de ruimte in- en uitgaan.

 

Na veel heen en weer gepraat met verschillende functionarissen van het crematorium kregen we toestemming de kist uit te dragen door een piepsmalle personeelsuitgang, achterin de muur die de aula scheidt van de bedrijfsruimtes. Toen de dienst was afgelopen en de kist met de overleden zou worden uitgedragen viel het nog niet mee deze op een elegante manier door dat deurtje te krijgen. Ik stelde mij maar voor dat de geboorte van een mens vaak ook met horten en stoten gepaard gaat en was blij dat we het zo hadden kunnen afspreken.

 

Maar wat bij mij bleef hangen was het merkwaardige gevoel dat ik in mijn werk opkom voor iets dat vandaag de dag blijkbaar nog maar door een enkeling wordt aangevoeld. Voer ik een achterhoedegevecht? En moet dat besef reden zijn om de strijd te staken? Ik weet het werkelijk niet. In het hierboven beschreven geval werd ik bemoedigd door een familie die er godzijdank net zo over dacht als ik.

 

PL, september 2013