Nieuwsbrieven

februari 2011

DE DIGITALE NIEUWSBRIEF UIT DE DORPSKERK IN DURGERDAM

 

verschijnt: onregelmatig

redactie: ds Pieter Lootsma

contact en kopij: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

websites: www.dorpskerkdurgerdam.nl en www.pieterlootsma.nl

bankrekening voor betalingen en giften: 474934 t.n.v. Dorpskerk Durgerdam

 

kerkdiensten

27 februari 2011         voorganger: Ds Pieter Lootsma         organist: Chris Helfensteijn

(+Cantorij)

thema: carnaval

13 maart 2011            voorganger: Ds Pieter Lootsma         organist: Simon Plemp

27 maart 2011            voorganger: Ds Pieter Lootsma         organist: Chris Helfensteijn

(+Cantorij)

thema: gedichten van Carel ter

Linden

10 april 2011              voorganger: Henk Baars                    organist: Simon Plemp

Palmpaasontbijt

22 april 2011 (19.30 uur!) voorganger: Ds Pieter Lootsma  organist”Chris Helfensteijn

(+Cantorij)                                         Goede Vrijdag

24 april 2011              voorganger: Ds Pieter Lootsma         organist: Simon Plemp

Pasen

bij de diensten

In de dienst op de laatste zondag van februari hoop ik iets te vertellen over carnaval. Want misschien weet u dat niet maar carnaval is een feest op de kerkelijke kalender. In de protestantse kerken wordt het niet gevierd maar dat neemt niet weg dat het de moeite waard is er eens bij stil te staan.

Op 13 maart zou Mirjam Elbers voorgaan maar omdat zij heeft moeten afzeggen, neem ik haar dienst over.

Op zondagmorgen 27 maart komt Ds Carel ter Linden (mijn voorganger uit de Haagse Kloosterkerk) naar Durgerdam om in de dienst enkele gedichten voor te dragen die hij in de afgelopen jaren schreef. Hij zal op de vleugel worden begeleid door Ariane Karres. Het belooft een hele happening te worden want ook de Cantorij komt zingen.

En op zondagmorgen 10 april zullen we, net als in de Advent, weer met elkaar ontbijten in de dienst.

Op de avond van de 22-ste april lezen wij het lijdensverhaal uit het evangelie naar Johannes. Op de Paasmorgen zal ik uit datzelfde evangelie lezen.

fietsen voor vrijwilligers Kameroen

De afgelopen weken is er tijdens de diensten gecollecteerd voor de fietsenactie van het voedselzekerheidprogramma ASAPE van de Lutherse Broederkerk in Noord-Kameroen. Het doel van dit programma is om boeren en boerinnen te helpen om voldoende eigen graan te verbouwen en niet afhankelijk te zijn van voedselhulp. Zo’n 600 vrijwillige voorlichters (mannen en vrouwen) geven, na een korte opleiding en bijscholing, landbouwadviezen aan hun dorpsgenoten. Voor de scholing moeten ze met de bus naar de boeren en boerinnen reizen. Dat kost tijd en geld. De kerk heeft geen middelen voor een onkostenvergoeding. Met een fiets is een vrijwilliger erg geholpen. Wij kunnen met € 100 een vrijwilliger een fiets bezorgen, die ter plekke wordt gekocht. Het project ASAPE zorgt ervoor dat de fietsen bij de vrijwilligers komen. De voorwaarden voor levering en gebruik worden vastgelegd in een contract met de vrijwilliger.

In december 2009 heeft de collecte voor de fietsenactie Euro 100,00 opgebracht. Bij de Diaconie Durgerdam is daarna een particuliere gift van Euro 200,00 binnengekomen voor deze fietsenactie, waarvoor onze hartelijke dank! De twee collectes in januari 2010 hebben samen Euro 230,00 opgebracht. Op 13 en 27 februari collecteren we voor het laatst voor deze fietsenactie.

In de kerk in Kameroen worden de collecten tijdens de viering geteld. Vorig jaar heb ik daar een viering bijgewoond. Als het tijd is voor de collecte gaan de vrouwen naar buiten en komen in een lange rij dansend de kerk binnen en geven hun gaven, vervolgens de jongeren en dan de mannen. Per groep wordt er dan geteld en vervolgens wordt de uitslag gemeld. Het lijkt wel een wedstrijd. Toen bleek dat de vrouwen het meeste geld hadden gegeven, juichten en klapten zij dan ook. De diakenen wilden graag een bepaald bedrag volmaken en riepen enthousiast de gemeente op om nog een poging te wagen en er nog een klein beetje bij te geven. Onder het aanmoedigende geluid van de djembes en de zang van de vrouwen begon de hele ceremonie van dansen en geld geven weer opnieuw. Bedrag geteld en doel gehaald! In Durgerdam gaat het er wat rustiger aan toe, maar toch zou het mooi zijn als we het totaalbedrag met de opbrengsten van 13 en 27 februari met z’n allen zouden kunnen aanvullen tot € 600 of misschien wel tot € 700?!

Rita Joldersma, Taakgroep Diaconaat & Zorg

vaar de ark van Noach - schaalmodel ia

 

Eind vorig jaar stond er een artikel in het dagblad Trouw dat de aandacht trok van een vriend van mij. Hij stuurde het mij toe en ik zegde hem toe er aandacht aan te zullen besteden.

‘Sonja is doodgemarteld, God bestaat niet’, stond er boven het artikel. Het was geschreven door Arie Kuiper, oud hoofdredacteur van het dagblad De Tijd. Kuiper zegt in het artikel het een ondragelijke gedachte te vinden dat er na de dood geen troost zou zijn voor bij voorbeeld mensen die ‘nooit iets hadden of een gruwelijke dood stierven’. Want dan is er immers ‘ook geen troost voor Sonja en voor de ouders van Sonja’.

Wie Sonja is? Sonja is een Duits meisje van zes of zeven jaar. In 2004 werd zij samen met haar broertje door twee mannen ontvoerd. Het jongetje werd meteen verkracht en vermoord. Sonja werd langer dan twaalf uur door de twee mannen verkracht en langzaam doodgemarteld, tot zij bezweek. Toen zij eindelijk dood was en haar lijk ergens gedumpt, ging de oudste van de twee mannen achter zijn computer zitten om tot in de kleinste detail op te schrijven wat hij en zijn maat met Sonja hadden gedaan. Later werden de twee mannen gearresteerd. Zij kregen levenslang. De politie vond in het huis van de oudste de diskette met daarop de tekst van zijn verhaal. Wat hij had opgeschreven was zo gruwelijk dat de rechter tijdens het proces verbood de uitgeprinte tekst voor te lezen, uit respect voor de gevoelens  van de nabestaanden, zo veronderstelt Kuiper in het artikel.

Arie Kuiper verdwaalt in het woud van theologen die allemaal zo precies lijken te weten hoe het er na onze dood én die van Sonja en haar broertje aan toe zal gaan. Hij citeert Prof. R.C. Kwant, eens een spraakmakend katholiek voorman: ‘In de auto kwam plotseling het idee bij mij op dat God zelf een projectie is. Normaal denk je: de ware God zit erachter. Je hebt een denkbeeldige God die dit wil en dat wil maar daarachter zit de ware God, het mysterie. En toen dacht ik: het is zelf een projectie, ik zit te vechten met niets. Ik ben inmiddels atheïst, probleemloos.’ En hij noemt Harry Kuitert die onvermoeibaar blijft verkondigen dat God een verzinsel is, een product van de verbeeldingskracht van de mens. ’En daarom’, zo beweerde Kuitert in een televisie-discussie met Dorothee Sölle, ‘is ook alles na de dood over en uit. Voor alle mensen die in hun levens tekort zijn gedaan en voor alle gemartelden is er na de dood geen troost te verwachten.’

Het zit Kuiper dwars. Hij wil de gedachte aan zoiets als een uiteindelijke gerechtigheid niet opgeven, al was het alleen maar omwille van de ouders van Sonja en haar broertje. Ik geef hem daarin van harte gelijk. De gedachte dat er geen uiteindelijke gerechtigheid zou bestaan, is ook wat mij betreft onverdraaglijk. En ik vermoed dat dat niet alleen voor Kuiper en mij geldt.

Wat mij verbaast is de argumentatie van mensen als Kwant en Kuitert. Nog afgezien van de hoogmoed om wat er op een achternamiddag al autorijdend door je hoofd speelt waarachtiger te achten dan waar mensen zich in een eeuwenlange traditie met grote eerbied aan hebben toevertrouwd, zitten zij in mijn beleving bovendien volkomen opgesloten in een beperkt, ja zelfs benepen rationeel schema.

De gerechtigheid waar Kuiper op doelt wordt natuurlijk niet voltrokken op dezelfde wolk waar God ook zijn baard door de engelen laat bijknippen en waar hij zijn administratie van onze daden in het grote boek bijhoudt. Dat is inderdaad een fantasie. Een tamelijk kinderlijke fantasie, zelfs. Die conclusie hadden Kwant en Kuitert al meteen na hun eerste vliegreisje mogen trekken.

Dat zij het geloof in een god op die wolk intussen hebben afgelegd, is dus niet zo gek. Maar wanneer zij in dezelfde beweging afscheid nemen van het vertrouwen dat wij ‘hetzij wij leven, hetzij wij sterven des Heren zijn’ is wel wat kort door de bocht. Zij doen daarmee niet alleen Sonja en haar ouders maar ook zichzelf tekort.

De liefdevolle gerechtigheid voor Sonja en haar ouders voltrekt zich inderdaad in onze fantasie, dat zal best. Maar die fantasie is, als het goed is, een volstrekt legitieme ver-bééld-ing van het besef van een geborgenheid die ver uitstijgt boven het plafond van ons denken. Het gaat hier over de ervaring dat wij deel uitmaken van een werkelijkheid die eindeloos verder reikt dan de weg van onze wieg naar ons graf. En over het kwetsbare vertrouwen dat ook wat er mis is gegaan op de een of andere manier in goede handen is.

Kwant en Kuitert weten net als zovelen in onze tijd niet meer hoe deze en dergelijke ervaringen nog ernstig te nemen. Sterker nog, die ervaringen boezemen angst in. Daarom wuiven Kwant en Kuitert ze weg en lachen zij om de betrekkelijkheid ervan. Er waarheid en waarachtigheid aan toekennen? Wat blijft er dan over van de waarheden die zij omarmen? Zij zijn zo hoog gaan denken van hun verstand en denkvermogen dat zij van een ander houvast niet meer willen weten.

En toch schuilt in het hierboven aangestipte geheimenis de enige mogelijke troost voor mensen als Sonja, haar broertje en hun ouders. Én voor (ik kan het niet laten om ook hen in dit rijtje een plaats te geven) die beide daders die zichzelf ergens onderweg in dit leven zo onbarmhartig zijn kwijtgeraakt.

PL, februari 2011