Nieuwsbrieven

Januari 2018

ingezonden mededeling
In april 1993 waren wij kerkverlaters. Maar een kerk op zo korte loopafstand hadden wij niet eerder meegemaakt. Dus besloten wij toch maar een vrijblijvend kijkje te gaan nemen toen wij eenmaal de boel in het nieuwe huis een beetje op orde hadden. De toenmalige ouderling van dienst Hennie Koopman zei aan het begin van de dienst: ‘Gemeente deze dag kan niet meer stuk. Wij hebben een legaat gekregen van fl.25.000,00, de bazaar heeft fl.11.000,00 opgebracht en wij hebben twee nieuwe leden: Tonny en Laurens ten Wolde.’ We waren stomverbaasd door zoveel hartelijke openheid. We zijn nooit meer weggegaan. Sterker nog: Tonny werd al snel diaken en moest geld beheren en ik mocht in deze te gekke kerk voorgaan. Nu gaan wij uiteindelijk toch weg. Wij verhuizen naar een appartement in Scharwoude, iets onder Hoorn. De woning in Durgerdam moet worden verkocht. Het is niet helemaal vrijwillig, dat zult u begrijpen maar het is beter.
Ons adres is per 15 februari: T. van der Meerstraat 41 A 1634 EE Scharwoude.
Wij wensen u allen het allerbeste toe.
Tonny en Laurens ten Wolde

kerk 375 jaar

Op zaterdag 25 en zondag 26 november jl. vierden dorp en kerk dat Durgerdam 375 jaar over een eigen kerkgebouw beschikt. Nadat de oorspronkelijke kerk uit 1642 bouwvallig was geworden werd in 1840 met gebruikmaking van het sloopmateriaal van die kerk een nieuw gebouw neergezet. In deze nieuwe kerk werd het 17-de-eeuwse interieur uit de oude kerk geplaatst.
Sinds 375 jaar heeft Durgerdam dus een eigen kerk. Op zaterdagmiddag 25 november werd dat gevierd met een fototentoonstelling, een vraaggesprek met twee oudere Durgerdammers en de installatie van de Beheerstichting Dorpskerk Durgerdam. Deze Stichting neemt m.i.v. 1 januari 2018 het beheer en de exploitatie van het kerkgebouw over van de kerkelijke gemeente . Op deze manier zal de dorpshuisfunctie van het kerkgebouw een extra accent krijgen. Het feestprogramma werd begeleid door passende ballades van de Band Zijlstra. De inwendige mens werd verzorgd door KOEK & IJ.
De kerkdienst op zondagmorgen 26 november stond eveneens in het teken van het 375-jarig jubileum. Wat bedoeld was als een markering van het verschil tussen de vroegere kerkdiensten en de hedendaagse, de in onze streken al lang geleden verlaten gewoonte om psalmen op hele noten te zingen, werd tot ieders verrassing ervaren als een moment van ongekende eenheid.
Geen jubileum zonder jubilarissen en aan het einde van de dienst werden vier mensen naar voren geroepen die op voordracht van de kerkenraad door het hoofdbestuur van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN de hoogste onderscheiding, het 'goud met briljant', mét de daarbij behorende oorkonde, door de voorzitter van de kerkenraad, Hans Oosterkamp, kregen uitgereikt: Simon Plemp, 38 jaar organist/pianist, waarvan 10 jaar in Durgerdam; Anton Poot, 67 jaar organist, waarvan 23 jaar in Durgerdam; Bert Westerneng, 42 jaar ouderling-kerkrentmeester en Christiaan Helfensteijn, 47 jaar organist/koorleider, waarvan tot nu 10 jaar in Durgerdam. Tot slot ontving Hennie Koopman, voor zijn jarenlange ambtelijke- en bestuurlijke inzet, welke naast de geslaagde feestelijkheden o.a. heeft geleid tot de oprichting van de Beheerstichting Dorpskerk Durgerdam, een prachtig boeket bloemen en bijpassende felicitaties.

vaar ia
In een van mijn gespreksgroepen ging het op enig moment over de vraag naar wat waar en wat niet waar is. Het bleek een onderwerp dat heel directe vragen aan onszelf stelt. Ik loop er sindsdien met een zekere regelmaat aan terug te denken en besloot e.e.a. met u te delen. Waar we het over eens konden zijn, is dat wat als een feit gepresenteerd wordt ook inderdaad een feit moet zijn. En dus moet kloppen. In een tijd van nepnieuws en alternatieve feiten lijkt het onderstrepen van de werkelijke feiten meer aan de orde dan ooit tevoren.
Maar daarmee is maar een deel van het verhaal verteld. Er is meer aan de hand dan dat er o.m. politici opstaan die ons nepnieuws en feitelijke onwaarheden voorschotelen. Het hele begrip van wat waar en wat niet waar is, staat op de helling. Dat heeft ermee te maken dat onze cultuur aanloopt tegen de grenzen van het rationalisme en een driedimensionale benadering van de werkelijkheid. Langzaam maar zeker breekt het besef door dat de werkelijkheid niet alleen verklaard en begrepen kan worden door er lukraak rationele paradigma’s op los te laten. Wij leven in een tijdperk waarin er sprake is van een herwaardering van de ervaring en de intuïtie: iets kan als waar worden ervaren hoewel het botst met de aangedragen feiten. Deze worden niet zelden als ondergeschikt gezien aan de ervaren werkelijkheid.
Het zal duidelijk zijn, dit is verre van eenvoudig. Om een actueel, politiek voorbeeld te geven: als ik ervaar dat Nederland islamiseert maar als dat door de feiten weersproken wordt, wat is dan waar? Wie heeft er dan gelijk? Moet ik zwichten voor die zogenaamde feiten of heb ik recht op mijn eigen waarheid, waar die dan ook op is gestoeld?
Ook uit de wereld van de religie en de godsdienst zijn voorbeelden te halen. Daar speelt in zekere zin hetzelfde. We kennen de voorbeelden allemaal: ‘Wat blijft er nog over van mijn geloven als al die wonderverhalen uit de Bijbel niet echt gebeurt zijn? Of als Jezus geen historische gestalte blijkt te zijn? Of als hij niet echt uit zijn graf zou zijn opgestaan op de Paasmorgen?’. Deze vragen hebben hele volksstammen de afgelopen decennia in verwarring gebracht. Zij lazen de onderliggende teksten als verwijzend naar feiten en hebben moeten leren dat zij naar ervaringen verwijzen. En dat ervaringen ook heel waar en waarachtig kunnen zijn.
Voor mij was het een grote ontdekking hoe verwant beide discussies zijn, die in de politiek en die binnen de godsdienst. Beide zijn exponenten van wat genoemd wordt het ‘postmoderne denken’. In dit denken worden de waarde en de betekenis van feiten en wetenschappelijke deskundigheid aangevochten. Er wordt ruimte opgeëist voor de manier waarop de werkelijkheid wordt beleefd en ervaren. Daarin schuilt óók waarheid.
Al met al vind ik het tamelijk verwarrend en ik vermoed dat ik de enige niet ben. Het betreft een ontwikkeling waar ik blij mee ben wanneer het ons geloven en onze godsdienst betreft maar die mij doodsbenauwd maakt als ik haar op andere levensterreinen waarneem. De vraag lijkt dan gerechtvaardigd of en in hoeverre hier sprake is van consistentie. Voorlopig stel ik voor ons heil te zoeken bij het hartelijke, open, welgemeende maar tegelijkertijd kritische gesprek.
PL, januari 2018