Nieuwsbrieven

Augustus 2016

 

bij de diensten

Op zondag 28 augustus gaat, na een lange zomer, ds Pieter Lootsma weer voor. Op 11 september zal ds Fred Omvlee voorganger zijn. Hij is krijgsmachtpredikant en kreeg bekendheid door zich te profileren als ‘internetpastor’. Hij is intussen geen onbekende meer in Durgerdam, net zo min als ds Geke van Schuppen die op 9 oktober zal voorgaan. Op 30 oktober staan we stil bij degenen die wij in de loop van het afgelopen jaar aan de dood hebben moeten afstaan. Mocht er in uw omgeving iemand zijn overleden die u graag in deze dienst herdacht wilt hebben, dan kunt u zijn of haar naam doorgeven aan ds Pieter Lootsma (06 25080705 of This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.). De Cantorij zal haar bijdrage aan de dienst leveren.

Op 13 november zal ds Rosaliene Israel de dienst leiden. En dan zondagmorgen 27 november. In die dienst zal Ebrahim el Hadidy te gast zijn. Ebrahim el Hadidy verzamelt (als moslim!) zilver dat herinnert aan de geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland. Hij zal over zijn verzameling komen vertellen en een aantal bijzondere objecten laten zien. Vorig jaar is een deel van deze verzameling tentoongesteld in het Joods Historisch Museum maar op 27 november kan de collectie in Durgerdam bekeken worden. De Cantorij komt zingen.

Op 24 december is er traditiegetrouw een Kerstavonddienst. Het programma is nog niet rond maar zeker is dat het weer een bonte schakering van muziek, voordracht en samenzang zal zijn. De dienst begint om 19.30 uur. In een volgende Nieuwsbrief leest u er meer over. De volgende ochtend (25 december) gaat ds Pieter Lootsma voor.

 

gespreksgroepen

Net als de vorige jaren zullen ook in het komend seizoen twee gespreksgroepen een zestal keren bijeen komen: een op de maandagavonden (26 september, 24 oktober, 28 november, 30 januari, 27 februari en 27 maart) en de ander op de dinsdagochtenden (27 september, 25 oktober, 29 november, 31 januari, 28 februari en 28 maart). Dit jaar zullen de zogenaamde ‘zeven hoofdzonden’ centraal staan. Hoofdzonden zijn de ‘zonden’ waar alle andere zonden afgeleiden van zijn. De term circuleert al sinds de Middeleeuwen en sindsdien is er eindeloos veel over nagedacht en geschreven. Tijdens de zes keer dat de groepen bijeen komen, zullen er gekeken worden in hoeverre wij, moderne mensen, ons hierin kunnen herkennen en door laten aanspreken.  

 

vaar ia

Tijdens de weken dat ik in Frankrijk zat, stuurde iemand mij een e-mail die hij besloot met de regel: ‘Je moet genieten’ hoor ik steeds op de radio en voor de tv. Doe je dat, Pieter? Echt doen! Toen ik dit las, heb ik mij afgevraagd hoe de schrijver van de mail dat bedoeld kon hebben. Eigenlijk ga ik ervan uit dat het een cynische opmerking is die voortkomt uit ergernis over de relatie die voortdurend en overal gelegd wordt tussen dat zogenaamde genieten en ons welbevinden of geluk.

De NRC publiceerde in de maand juli foto’s rond het thema ontspanning. Op dezelfde dag dat ik bovengenoemde e-mail ontving, stond er in het kader van deze zomerserie een foto in de krant van fotograaf Anne Imfeld (26) uit Dordrecht. De tekst bij de foto vermeldt dat het thema ontspanning veelvuldig te vinden is in haar werk. Zij zegt daarover: Maar dat gebeurt eigenlijk onbewust. Je moet gewoon zorgen dat je niet te veel rotzooi voor je lens hebt. …  Ik wil geen problemen zien, die staan er al genoeg in de krant. Ik kijk juist naar de komische dingen. Zo kan ik alles wat ik vervelend vind, wegfilteren. Want de wereld waarin we leven is vooral ook heel leuk. Ik wil graag dat mensen een lach op hun gezicht krijgen als ze mijn foto’s zien.

 

Tsja, wat is daar tegen, zou je zeggen. Maar op de een of andere manier schuren die regels bij mij. Ik voel me verwant met het cynisme van de schrijver van eerder genoemde e-mail. Waarom moet alles toch in godsnaam zo nodig leuk en vrolijk zijn? Nu ben ikzelf natuurlijk ook niet wars van een pleziertje zo nu en dan, integendeel. Maar vaak al betrekkelijk snel ga ik mij er ongemakkelijk bij voelen. Dat zou te maken kunnen hebben met mijn opvoeding waarin thema’s als plichtsbesef en zinvol bezig moeten zijn een belangrijke plaats innamen. Maar het heeft er welzeker ook mee te maken dat ik mij ervan bewust ben dat die zogenaamde leuke dingen vaak tot doel hebben mij af te leiden van de minder leuke of zelfs pijnlijke kanten van het leven. Als ik mij overgeef aan iets gezelligs, kan ik daarmee het onder ogen komen van de donkerte opschorten of ongedaan maken. Ergens onderweg ben ik nogal wantrouwend geworden waar mijn motieven betreft. Ik heb geleerd dat niets is wat het lijkt. En dat onder veel vrolijkheid en gezelligheid op het eerste gezicht onvermoede pijn, leegte en angst verborgen kan gaan.

 

Het ontvangen van bovengenoemde e-mail en de regels van Anne Imfeld waren voor mij een uitnodiging om nu eens te proberen onder woorden te brengen wat voor mij het leven de moeite waard maakt om te worden geleefd. Met andere woorden: wat maakt dat ik mijn leven met plezier leef. Of sterker: wanneer vind ik mijn leven nu echt en van harte ‘leuk’?

 

Het antwoord op deze vraag leek op een gegeven moment betrekkelijk voor de hand liggend te zijn. Ik kwam tot de eenvoudige conclusie dat mijn leven mij blij maakt en uitnodigt tot oprecht genieten als ik geloof heb in wat ik doe en laat. Hoe eenvoudig dat ook mag klinken, het is het natuurlijk alles behalve. Want een dergelijk geloof vraagt om de openheid mijzelf ook met andere, vreemde ogen te bezien, het vraagt om de moed alle onechtheid en schijn door te prikken en om het vertrouwen te zijn en te doen wat ik als uiteindelijk waar en waarachtig beschouw.

 

Dat ik u hiervan deelgenoot maak, is omdat ik hoop dat wij er het komend jaar weer in zullen slagen een dergelijke openheid, moed en vertrouwen op te roepen en te delen. Wie weet zeggen wij volgend jaar juni tegen elkaar dat we een geweldig vrolijk, gezellig en zelfs leuk jaar achter de rug hebben.

PL, augustus 2016