Nieuwsbrieven

September 2015

DE DIGITALE NIEUWSBRIEF UIT DE DORPSKERK IN DURGERDAM

september 2015             verschijnt onregelmatig

 

diensten (iedere tweede en laatste zondag van de maand; aanvang 10.30 uur tenzij anders vermeld):

datum   voorganger  organist  bijzonderheden 

zondag 27 september ds Pieter Lootsma Chris Helfensteijn m.m.v. Cantorij, doopdienst,

gez. dienst met Holysloot/Ransdorp

zondag 11 oktober Hanna van Dorssen Chris Helfensteijn zie aparte kopje

zondag 25 oktober ds Pieter Lootsma Simon Plemp  

zondag 8 november ds Pieter Lootsma Chris Helfensteijn Allerheiligen, m.m.v. Cantorij

zondag 29 november ds Geke van Schuppen Simon Plemp

zondag 13 december` ds Pieter Pronk  Chris Helfensteijn

donderdag 24 december   Simon Plemp  Kerstavond

vrijdag 25 december ds Pieter Lootsma Chris Helfensteijn Kerstochtend m.m.v. Cantorij

 

bij de diensten

Aanstaande zondag wordt er een tweeling gedoopt: Pieter Ane Lutsen en Philip Erik Cornelis de Visser. Hun beide zusjes zijn ook in Durgerdam gedoopt. Wij verheugen ons! Op 11 oktober zullen Hanna van Dorssen en Jeroen Zijlstra de dienst verzorgen. Meer informatie over deze bijzondere dienst kunt u elders in deze Nieuwsbrief lezen.

Dit jaar zullen wij op zondagmorgen 8 november stilstaan bij degenen die wij in de loop van het dan afgelopen jaar aan de dood hebben moeten afstaan. Alle betrokken nabestaanden zullen per brief voor deze dienst worden uitgenodigd. Mocht u in uw eigen omgeving iemand hebben verloren waarvan u graag zou willen dat zijn of haar naam ook gelezen wordt, dan kunt u dat doorgeven aan ds Pieter Lootsma (06 25080705 of This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. ). Als u hierover eerst een gesprek zou willen hebben, kan dat natuurlijk ook.

De Kerstavond zal, net als vorig jaar, weer vormgegeven worden door een aantal mensen uit Durgerdam. Er zullen vele (bekende!) Kerstliederen gezongen worden en er zal ook vast en zeker een mooi verhaal voor de kinderen worden verteld. De Kerstochtend wordt verzorgd door ds Pieter Lootsma. De Cantorij zal zingen.

 

zondag 11 oktober – kan ik worden wie jij bent?

 

Op deze zondagmorgen vindt er een muzikale viering plaats die is samengesteld door een werkgroep van het Oecumenisch Centrum Michaelskerk in Oosterland (Noord-Holland). Het thema is: Kan ik worden wie jij bent?. Centraal staan de profeet Elia, die na een lang en vaak zwaar leven gaat sterven en zijn leerling en opvolger Elisa, die tot het eind toe met zijn leermeester optrekt. Hoe moet het verder met het visioen van solidariteit en gerechtigheid waartoe Elia inspireert? Wie houdt ons vandaag voor ogen dat het recht van de sterkste niet mag zegevieren? Wie durft er in te gaan tegen de soms kille leegte van de tijd?

Dorpsgenoot en singer-song writer Jeroen Zijlstra zette speciaal voor deze viering delen van het Bijbelverhaal op muziek. Dat resulteert in een soort van kerk-opera waarin solo muziek op piano en samenzang met orgel elkaar afwisselen. Er is ook een gedicht van Leo Vroman op muziek gezet. De teksten zijn geschreven door de werkgroepleden, die voor deze dienst naar de Dorpskerk Durgerdam komen.

 

NB Het is de bedoeling om in het voorjaar van 2016 vier van deze muzikale vieringen in de Dorpskerk te laten plaatsvinden. Ook weer met muziek van Jeroen Zijlstra en teksten van o.m. Hanna van Dorssen.

 

gespreksgroep

Het is alweer bijna zover. Ook dit jaar zullen de gespreksgroepen steeds op de laatste maandagavond (van 20.00 – 22.00 uur) en dinsdagochtend (van 10.00 – 12.00 uur) van de maand bij elkaar komen. De data zijn: 28 en 29 september, 26 en 27 oktober, 23 en 24 november, 25 en 26 januari, 22 en 23 februari en 28 en 29 maart.

Ik ga er eigenlijk van uit dat iedereen die de vorige jaren meedeed ook dit jaar weer zal aanschuiven. Nieuwe deelnemers zijn van harte welkom. Wel is het plezierig als u zich van tevoren even aanmeldt.

Het is mijn bedoeling dit jaar een aantal verhalen over Jozua te gaan lezen. Vorig jaar lazen wij de Tien Geboden uit het boek Exodus dat voorafgaat aan het boek Jozua. In Exodus dromen de figuranten van dat land aan de overkant van hun woestijn. In Jozua trekken zij dat land dan eindelijk binnen. Dat doen zij aan de hand van Jozua, Joshua, Jezus. Hij is het die hen rondleidt in deze nieuwe, gedroomde en naarstig verlangde werkelijkheid.

 

 

vaar ia

Afgelopen zomer vertelde ik in een preek over een artikel dat mij was toegestuurd door iemand die het was tegengekomen in zijn Engelse krant. Het ging over ‘church growth’. Een aantal vooraanstaande theologen wierp over dit blijkbaar ook in het Verenigd Koninkrijk aan de orde zijnde thema nieuw licht. Wat in dit artikel met name opviel, was een lijst met tips van Linda Woodhead, Professor of Sociology of Religion in Lancaster. Zij denkt, na uitgebreid onderzoek te hebben gedaan, te weten waar het in de kerken en de kerkdiensten aan schort. Een aantal van haar tips zal ik u noemen, hertaald in mijn woorden:

 

1 Woodhead begint met de vaststelling dat de meeste kerkdiensten te lang duren en te zeer zijn dichtgemetseld met woorden: ‘Mensen hebben ruimte nodig om God te vinden. Geef ze die ruimte.’

2 Er zijn mensen die een beetje willen rondhangen aan de rand van religie: ze willen naar graven kijken, in een lege kerk zitten, naar muziek luisteren of in of rond het kerkgebouw samen iets doen of ondernemen. Zij horen er even goed bij als degenen die geregeld de diensten bezoeken.

3 Predikanten zouden moeten leren zich duidelijk uit te drukken, bereid moeten zijn hun eigen vragen en angsten te delen en hun punt in niet meer dan vijf minuten moeten maken.

4 Woodhead benadrukt dat veel moderne mensen geen behoefte hebben aan gezelschap of gemeenschap. Ze willen daar juist even vrij van zijn. Kerken zouden mensen dus ook niet als een gemeenschap moeten aanspreken maar als een verzameling individuen.

5 En tot slot: kerken zouden groeien wanneer ze mensen een levengevende verbinding bieden met het heilige. Het heilige moet ervaarbaar zijn. En iedereen moet zich vervolgens uitgenodigd voelen om daarover te spreken en die ervaringen te delen. We leven in een tijd van participatie. Mensen willen niet passief zijn.

 

Veel van wat professor Woodhead aandraagt, herken ik. Ik heb daarom inderdaad het vermoeden dat zij de vinger op een aantal zere plekken legt. Met name ben ik geneigd serieus te nemen wat zij over het gebrek aan behoefte aan gemeenschap. Er zijn nog maar heel weinig mensen voor wie de kerk of de kerkelijke gemeente de dominante biotoop is. Wie naar de kerk komt, komt daar voor rust en inspiratie. Hij of zij hoopt in de kerk even te kunnen ontsnappen aan de vele claims die het moderne leven op ons legt.

 

Toch kan iemand op momenten ontdekken dat het deel van een gemeenschap uit te maken heel troostend kan zijn. Maar dat is iets anders dan de oude kerkelijke pretentie een gemeenschap te zijn. Ik vermoed namelijk dat het niet mogelijk is een gemeenschap te organiseren. Je vormt geen gemeenschap omdat je jezelf zo noemt. Het een gemeenschap zijn, is iets wat je overkomt wanneer je wezenlijke ervaringen met elkaar deelt of hebt gedeeld. Om zover te komen, komt het er op aan open te staan voor elkaar. Dan kan het zijn dat wij elkaar ‘in wezen’ leren kennen. Dan kan het zijn dat op een letterlijk ‘gegeven moment’ zal blijken dat wij meer met elkaar delen dan wij konden vermoeden. En dat wij ons, ons ondanks, als een gemeenschap gaan ervaren.

 

Van de zomer maakte ik daarvan een voorbeeld mee. Een zoon van een echtpaar uit het Friese dorp waar ik in de jaren tachtig predikant was, was overleden. Omdat ik nog altijd contact heb met dat echtpaar en zeer op hen beiden gesteld ben, besloot ik naar de crematie te gaan. Na afloop kwam er iemand uit het dorp naar mij toe gelopen. Zij zei: ‘Toen jij indertijd hier werkte, begon jij begrafenisdiensten altijd met: ‘Het is goed dat u gekomen bent om afscheid te nemen van die en die’. Ik vond dat altijd een mooie zin en toen ik jou hier vanmiddag binnen zag komen, was dat het eerste wat ik dacht: het is goed dat hij gekomen is. Hij hoort hier bij te zijn.’

 

Ik zal bekennen dat ik die zin leende en nog altijd leen omdat ik zo’n dienst toch ergens mee moet beginnen, in zekere zin uit verlegenheid dus. Maar bij het afscheid nemen op die heel verdrietige middag in het noorden van Friesland begreep ik dat die zin een appel doet op het besef gemeenschappelijk rondom de overledene en zijn of haar nabestaanden te staan. We vormden daar in dat akelige crematorium een bont gezelschap. Ik behoorde er tot de ouderen en kende er niet veel mensen. Niemand daar zou het in zijn hoofd gehaald hebben ons ‘een gemeenschap’ te noemen. Maar we waren het wel. Uit, excusez le mot, genade.

PL, augustus 2015